Bij mij stroomt het, of het stroomt niet. Het is een ja of nee, aan of uit. Halve maatregelen… nee, dat voelt voor mij niet goed. En toch heb ik ook ´grijze momenten´, momenten waarop er aan de oppervlakte weinig lijkt te gebeuren. Het voelt dan als stilstand, soms zelfs als achteruitgang. Die overbruggende periodes waarin alles grijs lijkt, waarin de dingen ‘zozo’ zijn, die vind ik maar niks. Een gemiddelde zes, soms een zeven, maar nooit meer. Toch ook geen onvoldoende. Middelmatigheid.
Ik voel een soort afkeer van middelmatigheid. Maar misschien zegt die afkeer vooral iets over mezelf: een angst om op te gaan in de massa, om mijn unieke stem te verliezen.
Toch weet ik ook dat we allemaal op onze eigen manier krachtig en bijzonder zijn. Sommigen vallen op, anderen leven rustig in de schaduw… en juist dáár kan de kracht vaak schuilen.
Je hoeft niet op te vallen om sterk te zijn. Je hoeft niet anders te zijn om uniek te zijn. Je hoeft alleen maar te zijn. Wij hoeven alleen maar te zijn. Ik hoef alleen maar te zijn.
Hetzelfde geldt voor oordelen. Wat een ander vindt, zegt eigenlijk meer over die ander dan over mij. Wat je vindt mag je houden; daar zit eigenlijk een ongelooflijke boodschap in. En toch: waarom hechten we zoveel waarde aan de mening van anderen? En die mening die we zelf zo graag willen verkondigen… doen we dat om erkenning te krijgen, of om onszelf te bewijzen?
Misschien voelen we een oude wond van vroeger, waarin we niet gezien werden of ons niet genoeg voelden. Aan wie willen we ons eigenlijk bewijzen? Aan onze ouders,
die misschien op hun beurt ook iets wilden bewijzen aan hún ouders? En wát proberen we precies te bewijzen: hoe goed we zijn, hoe slim, hoeveel we hebben bereikt?
Als we constant bezig zijn met bewijzen en oordelen, vergeten we soms iets fundamenteels: het eenvoudige van gewoon zijn. We rennen achter doelen aan, jagen op succes en verliezen daardoor het hier en nu uit het oog. We zoeken afleiding, snakken naar nieuwe prikkels, leren dat stilstaan achteruitgang is. We moeten doorgaan, naar de finish! Tot we beseffen dat die finish eigenlijk een illusie is. Dat we altijd al bij het eindpunt waren.
‘Wat zou je tegen je jongere zelf willen zeggen?’ is de afsluitende vraag in de podcast die ik vandaag luister. Het blijft lang stil. Een brok vormt zich in mijn keel, het brandt in mijn hart.
Ik zie mezelf als meisje staan: onzeker, afwachtend, alleen. Geen flauw idee wie ze is, of wat ze hier komt doen op deze aarde. Ik pak haar handje vast. Ik zie de lange weg die nog voor haar ligt. En ik zeg haar: je bent meer dan genoeg. Je zult altijd goed genoeg zijn.
ℳ𝒶𝒶𝓃𝒵𝑜𝓃

